Ze zit op een zuil, in een hoekje van een lange saaie gang.
Op een gladde, harde, koude zuil en zit daar al heel lang.
Een been gestrekt, het andere opgetrokken.
Eenzaam hangt ze tegen stenen blokken.
Haar billen op de harde rand doen zeer.
Niemand merkt dat, men loopt enkel langs, telkens weer.
Naakt in een gang.
Ze is het gewend, ze zit daar al heel lang.
Verveeld en triest kijkt ze naar benee.
Haar teen beroert een niet bestaande zee.
In het water verschijnen eindeloze rimpelingen.
Het is haar enig tijdverdrijf, gemeten in jarenkringen.
Naakt op een zuil, bedoeld als kunstobject
Krijgt aanvankelijk niet het gewenste effect.
Met doffe blik in de ogen lopen mensen langs haar heen.
Een enkeling kijkt tersluiks naar haar gestrekte been.
Uit hooguit verwondering over haar wankel evenwicht.
Waarna een schriftelijke melding volgt, als ambtelijke plicht.
Naakt op een rots wordt beschouwd als Lorelei.
Ze oogst bewondering, maar lokt weinigen naderbij.
Haar hoofd is gebogen.
Ziet niemand meer in de ogen.
Naakt op een paal.
Maar schoonheid is de taal.
De omgeving is echter vol met onbegrip.
Herbezinning?! alleen als woord brandt het op ieders lip.
Edcon
hier doe je de mijmer dicht en keer je terug naar het menu